Musicalnieuws.nl

Pauperparadijs, een zinderende ervaring

Hoe lossen we het armoede vraagstuk op? Een vraag van alle eeuwen. En vele malen was er iemand die iets bedacht, probeerde. Vol goede bedoelingen. Uit oprechte bewogenheid. En tegelijk zijn er in alle eeuwen mensen die die vraag niet willen zien, niet willen weten en zeker niet willen oplossen. Waar eigen schuld wordt geroepen en aan schulden wordt verdiend.

Veel initiatieven zijn ergens in die tweespalt kapot gedraaid en daarmee zijn mensen kapot gedraaid. Zo ook in de 19e eeuw. In Amsterdam en vele andere steden heerste bittere armoede. Er werd een experiment  bedacht om de armen, de paupers, op te voeden door ze naar Drenthe te verplaatsen, waar ze een plek om te wonen, land en onderwijs zouden krijgen. Daar, in Veenhuizen, begint het verhaal van het Pauperparadijs, van hoe goede bedoelingen leidden tot destructie en verdriet.  Generaal Johannes van den Bosch die de maatschappij van weldadigheid vol goede bedoelingen oprichtte  waar uiteindelijk 100.000 mensen zouden verblijven legde de grondslag voor een systeem waar mensen ontmensd werden, en eigen initiatief werd gesmoord. In het verhaal van Veenhuizen zie je alle fouten gemaakt worden die in de eeuwen ervoor en erna ook gemaakt zijn. Zie je dezelfde arrogantie van praten over in plaats van praten met die ook nu nog te veel de stemming bepaalt.

Wie ooit in Veenhuizen is geweest weet van de beklemming die van deze plek uitgaat. Zelfs nu de stank, de armoede en de lelijkheid verdwenen zijn is het besef van het lijden van duizenden mensen, van vele vele doden die naamloos bij elkaar in groot grafveld zijn gestopt, van uitbuiting en onderdrukking nog voelbaar. Het vibreert mee in de lucht. Dat gaf de voorstelling,die daar twee seizoenen heeft gestaan, een spanning mee. Een sfeer die werd versterkt door het enorme podium in de open lucht en waar je soms een half uur moest wachten op het begin tot het weer droog was. Een voorstelling van ongekende schoonheid en door merg en been.
Het is spannend om dat verhaal te verplaatsen naar Carré. Naar publiek dat uit de bruisende stad komt waaien, naar een podium dat veel kleiner is, naar binnen in plaats van buiten. Blijft de voorstelling daarin overeind? 

Het antwoord is een volmondig ja. Want waar de buitenlucht verdwenen is is ruimte gekomenvoor grote,woorden en bewegende beelden. Beelden die de link naar nu, naar de realiteit relief geven en daarmee dieper binnen doen komen. Wanneer het broertje van Theunis  dood in de Zuiderzee drijft is het vergelijk met het jongetje dat dood op de kust lag onontkombaar en grijpt het verhaal je onverbiddelijk bij de strot. 
Wanneer Cato wil ontsnappen uit de plek die haar en haar kinderen verplettert zie je moeders overal ter wereld voor je die hun kinderen willen behoeden voor onontkombaar gevaar. Wanneer de verteller het publiek een snoeharde spiegel voor houdt hoop je dat de zaal met veel geluid zal instemmen. En daarmee knijpt het je keel dicht en raakt diep.

Briljant acteerwerk van oa Margreet Boersbroek (wat een stem!) , Dragan Bakema, met de perfecte mix van bewogenheid en arrogantie die de rol vraagt, en Steyn de Leeuwe draagt de voorstelling samen met de onovertroffen Paul R. Kooij.  Ongelofelijk knap hoe hij de ruimte die zijn rol vraagt ook in deze setting indrukwekkend pakt en ons meesleept in het verhaal én soms voor de broodnodige humor zorgt.

Het ensemble zingt en acteert geweldig, choreografie, decor, licht en ja, uiteraard ook de prachtige live muziek van Lavalu en band, het klopt allemaal en maakt het Pauperparadijs tot een zinderende tot nadenken stemmende ervaring. 

Absoluut gaan zien. En als je tijd hebt breng eerst een bezoek aan Veenhuizen, blader door de lijsten met namen van mensen die er gezeten hebben en probeer te vinden of je behoort tot één van de miljoen afstammelingen van de paupers. En als je daar geen tijd voor hebt, ook gewoon gaan. Want dit is een verhaal dat gezien moet worden, een appèl dat gehoord moet worden, een theaterbelevenis die gevoeld moet worden, en schoonheid waarvan genoten moet worden.

Door Elise Kant

Kijk HIER voor ons fotoverslag