Op zondag 15 juni 2014 ging de Studio 100-spektakel musical 14-18 voor de tweede keer in 2 maanden tijd in première. Deze keer betrof het een Engelstalige versie, met over het algemeen Britse acteurs in de voornaamste hoofd- en bijrollen.

De Vlaamse acteurs Dirk Bosschaert (Generaal – in de Vlaamse versie de understudy van Jo de Meijere) en Bert Verbeke (Albert) speelden hun rol met verve, zij werden bijgestaan door hun Britse collega’s Rob Eyles als Jan, Kayleigh McKnight als Anna, Luke Hope als sergeant DeDecker, Jonathan Broderick als Kamiel, Danny Whitehead als Fons, Sarah Dungworth als Céline en Lawrence Sheldon als Deprez.
Deze namen zeggen u waarschijnlijk veel minder dan de Vlaamse sterrencast onder leiding van Jelle Cleymans, Free Souffriau en Jonas van Geel. Ondanks dat, bewees de “London cast” dat ook zonder sterrencast deze productie een spektakel van formaat blijft. Niet in de laatste plaats door de vertaling van Michael Diederich. Hij weet de teksten duidelijk, zo niet beter te herschrijven. In de Vlaamse versie zijn er acteurs die zich voor hun rol een dialect-accent hebben aangeleerd, in deze Engelstalige versie spreekt iedereen keurig Brits. Naast de sterke vertaling zorgt dit ervoor dat het minder plat overkomt. Mooi is wel dat de namen van de karakters op zijn Vlaams worden uitgesproken.

De acteurs zelf spelen vandaag zowel hun première als (voorlopige) dernière. Hiervan is echter weinig te merken, de verkozen performers zijn uiterst professioneel en vertellen het verhaal van de Grote Oorlog met alles dat in hen zit. Een verhaal dat op de taal na exact in stand is gebleven. Rob Eyles speelt de sterren van de hemel als Jan. Zijn haat voor de oorlog en alles eromheen is in heel de zaal te voelen, net als zijn haat tegen Luke Hope als sergeant Dedecker als hij zijn broertje Kamiel (Jonathan Broderick, die volgens de sociale media - heel toepasselijk - echt zijn vinger had gebroken) laat fussileren. Hope laat een minder felle inside struggle zien dan zijn Vlaamse college-Dedecker Peter van de Velde, maar zijn uiteindelijke lot laat geen mens in de zaal koud. Knappe transformatie. Jonathan Broderick zet met “zijn” Kamiel een van de meest beschreven WO I-soldaten neer: de jongeman met te weinig levenservaring om iets van het leven te weten, laat staan er klaar voor te zijn om voor zijn land te vechten. Kayleigh McKnight zingt loepzuiver en laat ons als publiek goed haar innerlijke gevecht van het missen van haar man aan het front enerzijds, en het geluk een zoontje te hebben gekregen anderzijds te voelen.
Dirk Bosschaert, Studio100-veteraan in hart en nieren als o.a. Berend Brokkenpap uit Piet Piraat en de stem van Samson, laat hier een heel andere kant van zich zien. Net als Bert Verbeke spreekt hij zijn teksten uit met een feilloos Brits accent. Hij is streng, hij laat zien waarom hij generaal is geworden. Verbeke op zijn beurt laat merken dat hij ook in het Engels de lachers op zijn hand krijgt, zijn “Cheers” (Schol!) is een ware showstopper. Een fijn luchtig moment in een show die makkelijk zwaar had kunnen zijn. Complimenten aan Frank van Laecke en Allard Blom voor het originele script (en Van Laecke voor de regie van beide versies) dat niet alleen spectaculair in elkaar gezet is, maar ook op alle fronten klopt. Tenslotte het koppel dat liefde en geluk vond in een strijd waarin dat niet gepast leek. Zowel Sarah Dungworth (Céline) als Danny Whitehead (Fons) laten zien hoe ze worstelen met het leven in een angstige tijd waarin ze geluk bij elkaar vinden. Samen met het Vlaamse ensemble, dat voor deze voorstelling over het algemeen Engels heeft moeten instuderen naast hun gewoonlijke track die ze die middag nog neer hadden gezet, een terechte staande ovatie waard.

Of er meer Engelstalige voorstellingen zullen worden gespeeld is op dit moment nog niet bekend. Mochten de Londoncast nog eens overkomen voor voorstellingen, dan zal dit na de zomervakantie zijn.

Kaarten voor de Vlaams-talige versie zijn te bestellen via www.14-18.nu of www.sherpa.be